Reisverhaal

Rondreis door Tunesie

Dit is een bijdrage van natuurcreatief
Een overige vakanties in Sousse (Tunesië)

Mooie landschappen

Rondreis door Tunesië 1984

Wij hadden het geluk dat we met mooi helder weer vlogen. Hierdoor werden we getrakteerd op een prachtig uitzicht over de Franse Alpen. Een moment later landden we in Monastir.
Met de taxi vertrokken we naar Souse onze eerste verblijfplaats. We reisden met zijn tweeën en gebruikten het openbaar vervoer. Het was de bedoeling om vier weken in Tunesië te blijven. In Souse hadden we een eenvoudig hotel Marhala, met koele kamers. De eerste paar dagen hebben we door Souse rondgezworven en alle bezienswaardigheden bezocht. De leuke souk uitgekamd totdat het:” kijken, kijken, niet kopen,”ons begon te vervelen.
Onze bedoeling was het eigenlijk om de binnenlanden in te trekken.
De volgende plaats die we tegenkwamen was Kairouan de heilige stad. De sfeer van Kairouan werd bepaald door de doordringende geur van wol. Overal hoorde je het geklepper van de weefgetouwen. Verderop rook het naar kruidnagelen of andere specerijen. Op de markt had de lucht van vis de overhand. In het midden van de medina ligt de bron ” Bir Barounda”waar in een donkere ruimte een blinde kameel in een tredmolen water naar boven aan het pompen was.
Een aantal straten verder werd onze aandacht getrokken naar tal van ambachten die in Tunesië beoefend worden. Zo was er o.a. een straat met leer bewerken, en een straat met smederijen.
Jammer dat we deze ambachten bijna niet meer in Nederland tegen komen. Zelfs de lekkere lucht van onze bakkerijen is bij ons uit het straatbeeld verdwenen.
We hadden het voordeel dat we een rugzak bij ons hadden en duidelijk konden maken dat hier niet veel in kon, zo konden we overal redelijk makkelijk wegkomen als we alles gezien hadden. Waarschijnlijk omdat ook Kairouan een toeristenstad is, dat de handelaren vaak zo opdringerig zijn.
Een wandeling buiten Kairouan is de moeite waard. Waar bij ons hagen staan van meidoorn en sleedoorn staan in Tunesië cactussen. In deze cactushaag huizen veel dieren en insecten zoals o.a.sprinkhanen en wespen. De vruchten die aan deze hagen zitten worden wel Barbaarse vijg of vijgedistel genoemd. Wanneer je deze ziet liggen op de markt wees dan voorzichtig. Ze zien er erg aanlokkelijk uit om even te proeven hoe deze smaakt. Wanneer je een dergelijk Barbaarse vijg pakt, zit je hand meteen vol met wel duizend bijna onzichtbare venijnige stekeltjes.
Overal waar je kijkt staan olijfbomen. Deze bomen zorgen voor schaduw om landbouwgewassen te kweken zoals boontjes. Uiteraard worden de olijven ook geoogst. Van de meeste olijven wordt olijfolie gemaakt.
Naast de olijfbomen zijn percelen met pepers welke we vaak tegenkomen in de immens hete gerechten in Tunesië waaronder de couscous.
Naast Kairouan loopt de bedding van een droge rivier, deze is begroeid met een zoutminnende flora. Soms komen we een aantal dromedarissen tegen, het echte schip van de woestijn. Een dromedaris wordt gebruikt als rij, trek of lastdier.
Onze volgende verblijfplaats is Gabe’s . Als we de oase intrekken komen we veel gewassen tegen zoals granaatappel, druiven, vijgen en dadels. In schaduw van de palmen groeien niet alleen vele gewassen, maar is het er ook heel prettig toeven. We kwamen ook de kralenboom(Melia azedarach) tegen, van de vruchten wordt een insecticide gemaakt. Af en toe plukten we een granaatappel tegen de dorst, en al spugend van de vele pitjes, liepen we verder. Soms leek de oase wel een verbouwde boerderij, zoveel landbouwdieren kwamen we tegen. Samen met de hutjes met palmbladerendak maakte het geheel erg fotogeniek.
De vrouwen kleurden hun voetzolen en handpalmen met Henna(Lawsonia inermis), wat hier veel stond. Het valt ons toch al op dat de kleding net zo als in andere Afrikaanse landen zo enorm fel gekleurd is. Je zou denken dat aan de ene kant de zon de stoffen snel doet verbleken, en aan de andere kant het vele stof de kleding snel vuil maakt. Desondanks ziet het er erg fleurig uit.
Ons volgende doel was Médenine. We keken in de ksar onze ogen uit. Wat een plaatjes kon je hier schieten. Toen we op het middenpleintje kwamen was het er vrij rustig. Om het pleintje waren de onderste ghorfa’s ingericht als winkeltjes. Wij werden voor thee uitgenodigd ergens achterin een ghorfa. De tunesier kon een klein beetje Engels. We dronken heerlijke verkoelende muntthee. Hij vertelde ons dat er zo bussen met toeristen langskwamen, dus dat hij dan even geen tijd om te praten had. Een paar minuten later kwamen er inderdaad bussen volgestouwd met toeristen, welke behangen waren met sieraden. Binnen een twintig minuten was het uitstappen, zoveel mogelijk kopen, instappen en wegwezen. Verbaast aanschouwden we dit gebeuren wat een aantal keren herhaalde. Ik begon nu toch ook wel een beetje de Tunesische handelaren te begrijpen. De toeristen hadden bijna geen aandacht voor het moois wat er hier te zien was. Alleen de glinsterende koopwaar was interessant.
Een aantal ghorfa’s verder hingen geiten, en schapenvellen te drogen. Ze waren van te voren in zout water gewassen en geklopt, zodat ze zacht en soepel werden, zo zullen ze in de winter niet scheuren. We kwamen bij een bron waar het water doormiddel van een ezel omhoog gehaald werd. Het water werd gebruikt voor de landbouwgewassen.
Op onze reis wilden we nu zover mogelijk naar het Zuiden trekken om dan langzaam weer terug langs het westen naar het Noorden te trekken. Ons besluit is goed geweest. Door het droge Zuiden lopen droge rivierbeddingen. Als het plotseling gaat regenen, kan het mulle zand het water niet opnemen, dus dit loopt over het droge zand naar een lager gelegen beek of rivierbedding. Zo kan binnen enkele uren droge zandwegen, veranderen in snel stromende rivieren. Zo kunnen plaatsen enkele dagen van de buitenwereld afgesloten zijn. Nu begrijpen wij ook dat verdrinken in een woestijn heel goed mogelijk is.
Op onze terugreis is dit ons dus overkomen. De bus richting het Noorden ging bij de rivier weer terug naar het Zuiden. De stroom was zo erg dat de bus door het water meegetrokken zou worden als deze zou proberen door de rivier te rijden. Een aantal toeristen baalden in de bus omdat over twee dagen het vliegtuig richting Nederland zou vertrekken.
Wij zijn overigens bij de rivier uitgestapt. Hier hebben wij een lift gevraagd aan een vrachtwagenchauffeur. De vrachtwagen stond hoger op de wielen dan de bus en het plaatwerk zat minder laag zodat het water minder vat op de vrachtwagen had, dan op de bus.
De vrachtwagenchauffeur heeft ons netjes in Gafsa afgezet.
Hiervoor waren we eerst nog naar Matmata geweest. Hier hebben we heerlijk door de bergen gedwaald. Vanaf de bergen hadden we mooie uitzichten over het kraterlandschap.
We sliepen in een in het zand uitgegraven woning.
In Douz maakten we ons op voor een excursie naar de woestijn. We waren al een aantal kraampjes met prachtige woestijnrozen tegengekomen. We sliepen in een eenvoudig pensionnetje. Tijdens onze wandeling werden we uitgenodigd om met een familie mee te eten.
We aten couscous allemaal uit één pan met een lepel. En heet dat die couscous is. Het werd dus blussen met water. Volgens de GGD in Nederland hoefden we niet voor geelzucht ingeënt te worden, doe dit dus maar rustig, want in Nederland kregen we geelzucht.
Het eten was erg gezellig. Na het eten wilden onze gastheren ons meenemen naar een hotel waar familie van hun werkte. Tijdens de tocht naar het hotel kon hij echter de handen niet thuis houden en begonnen wij toch te wantrouwen. Het was een voor ons begrip sjiek hotel met zwembad. We kregen direct kleine glaasjes Boukha, vuurwater bereid uit vijgen.
Dit hakte er goed in. Wat ons opviel is dat er allerlei onderonsjes tussen de Tunesiers plaatsvond.We vertrouwden het niet erg en besloten naar ons pension terug te gaan.
Dit was een weg door de oase, het koelt s’avonds snel af en wordt ook snel donker, dus konden we geen hand voor de ogen zien. Halverwege zagen we dat achter ons een auto met groot licht langzaam onze kant op reed en de weg afzocht. Gauw zijn we het struikgewas ingevlucht om ze langs te laten gaan. We zijn toen we in ons pension terugwaren gelijk gaan slapen om de volgende dag de eerste de beste bus richting Gafsa. te nemen om vandaar eerst naar Nefta door te reizen.
In Nefta wordt het water uit een bron omhoog gepompt en dit stroomt voor bevloeiing door een beekje. Het water is hier zeker 30 graden Celsius, in de andere oases is het water van lauw tot koel.
Doordat we in Douz geen woestijn tocht durfden af te spreken, besloten we in Nefta een tocht te boeken. We kwamen eerst langs de Chotts, een zoutmeer. Het zout wordt hier niet geëxploiteerd. Eindelijk stonden we dan in de Sahara, toch net iets anders dan dat je tijdens het zien van films had ingebeeld. Een fascinerend beeld.
Terug in Gafsa hebben wij de oase bezocht en wandelingen gemaakt in het buitengebied.
Gafsa ligt in de uitlopers van het Atlasgebergte. Tijdens een prachtige tocht door een rotsig en ruige berghellingen, hoorden we plotseling stenen neerkomen achter ons. Snel zagen we wel 500 meter verwijderd op een top een aantal bergjongens. Zij hadden een soort katapult waarmee zij stenen schoten. Ik moet zeggen dat ik onder de indruk was hoe trefzeker ze waren. Minder blij was ik met het feit dat wij doel waren. Wij hebben hier onze wandeltocht wat eerder afgebroken dan de bedoeling was.
Bij Sbeitla hebben we een prachtige wandeling gemaakt door een droge rivierbedding.
Wie houdt van archeologie kan hier zijn hart ophalen. Hele Romeinse ruines worden hier soms door het zand gezandstraald. Het viel ons wel op dat we s’avonds steeds meer verlangden naar een koel blikje cola, na onze zanderige wandelingen overdag.
De witte omslagdoek die de vrouwen dragen is de Gifsari. De doek heeft niets te maken met het geloof, leeftijd of gehuwd zijn. De doek beschermt de vrouwen tegen stof.
Onze volgende bestemming is Ain Draham een gezellige plaats in het Kroumenie gebergte.
We vonden het heerlijk om hier wandelingen te maken door groene bossen met kurkeik, Quercus suber. Eindelijk eens geen zand. De eikenbast werd hier van de boom gepeld en geëxporteerd naar vooral Duitsland. Over de rotsen liepen overal parelhagedisjes(Lacerta lepida) Ook groeide hier een heel andere kruidflora dan in de rest van Tunesië.
We besloten nog even naar de kust te gaan. Ons onderkomen was in Tabarka waar we de laatste dagen in een wat luxer hotel verbleven. Hier werden de gasten vermaakt, en het eten was Europees. Gelukkig konden wij hier de laatste resten zand afspoelen, en een duik nemen in het koele zeewater. Ik raad mensen aan om niet met zijn allen tegelijkertijd te gaan zwemmen. Wij gingen om en om zwemmen, zodat er altijd iemand bij de kleding bleef.
Een paar honderd meter verder op zag ik iemand vanuit de struiken snel het strand opstormen naar kleding om dan weer snel te verdwijnen en de eigenaars verbouwereerd achterlatend.
Over het algemeen gesproken moet ik zeggen dat de bevolking in het binnenland uiterst vriendelijk is. In de toeristenplaatsen moet je goed uitkijken wat je doet. Vrouwen die met rust gelaten willen worden, kunnen beter niet alleen reizen.
Voldaan en rijk aan ervaringen vlogen wij weer terug naar ons “keurige’landje.
voor bijbehorende foto's zie:Http:/tunesiefoto.web-log.nl

goede reis
Arnold van der Ark
www.natuurcreatief.nl

De beste hotels

Om een reactie te plaatsen moet je ingelogd zijn



Gebruikersnaam :
Wachtwoord :

Wachtwoord vergeten?

Nog geen lid? Klik hier om je aan te melden